Ondersteuning

Leerlingvolgsysteem

De ontwikkeling van de leerlingen wordt bijgehouden met behulp van een leerlingvolgsysteem. In groep 1/2 wordt de observatiemethode Kijk! gebruikt. Wanneer de leerkracht het wenselijk acht meer inzicht in de ontwikkeling te krijgen, worden leerlingen getoetst m.b.v. de Cito Kleutertoetsen voor Taal en Rekenen. Vanaf het eind van groep drie worden alle leerlingen twee keer per jaar getoetst. Dit gebeurt door middel van het afnemen van Cito standaardtoetsen die los staan van de methodes die we op school gebruiken. Alle toetsen kennen een ‘landelijke norm’. Dat wil zeggen dat de resultaten van onze leerlingen vergeleken worden met een landelijk gemiddelde. Voor de sociaal emotionele ontwikkeling wordt twee keer per jaar de SDQ (social development questionaire) ingevuld.

Leerlinggegevens

De gegevens die over leerlingen gaan, worden persoonsgegevens genoemd. De school maakt alleen gebruik van persoonsgegevens als dat noodzakelijk is voor het leren en begeleiden van onze leerlingen en voor de organisatie die daarvoor nodig is.

Wij gaan zorgvuldig om persoonsgegevens. Dit is vastgelegd in het privacyreglement dat te vinden is op amosonderwijs.nl. Uitgangspunt is dat wordt voldaan aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het reglement is met instemming van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) vastgesteld.

Soms worden er bijzondere persoonsgegevens, bijvoorbeeld medische gegevens, geregistreerd als dat nodig is voor de juiste begeleiding van een leerling.

Digitaal leerlingdossier
Alle afspraken die over een leerling worden gemaakt en ook alle toetsresultaten worden bijgehouden in het digitaal leerlingendossier. Ouders kunnen het dossier van hun kind op school inzien.

Uitwisseling van leerlinggegevens en privacy
De leerlinggegevens en vorderingen worden opgeslagen in ons administratie- en leerlingvolgsysteem ParnasSys. Dit programma is beveiligd en toegang tot de verwerkte gegevens is beperkt tot medewerkers van onze school. De school maakt onderdeel uit van schoolbestuur AMOS. In het kader van de gemeenschappelijke administratie en het plaatsingsbeleid, wordt met het bestuur een beperkt aantal persoonsgegevens gedeeld.

Bepaalde gegevens van scholen in Nederland worden geanonimiseerd en landelijk geregistreerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in BRON (basisregistratie onderwijs) en door de Onderwijsinspectie. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gegevens over de leerlingenpopulatie en onderwijsopbrengsten. Deze gegevens worden onder andere gebruikt door Vensters PO.

Tijdens de lessen maken wij gebruik van digitale leermaterialen. Hiervoor is een beperkte set met persoonsgegevens nodig om bijvoorbeeld een leerling te kunnen identificeren als deze inlogt. Met leveranciers zijn afspraken gemaakt over de gegevens die ze van ons krijgen. Zij mogen gegevens alleen gebruiken als daar toestemming voor is gegeven, zodat misbruik wordt voorkomen.

Om leerlingen eenvoudig toegang te geven tot digitaal leermateriaal van de school, maken wij gebruik van Basispoort. Deze software maakt het geven van onderwijs op maat via gedigitaliseerde leermiddelen mogelijk. Het maken van bijvoorbeeld een oefening of online toets is alleen mogelijk als de leerkracht weet welke leerling de antwoorden heeft ingevoerd. Hiervoor zijn leerlinggegevens nodig. De school heeft met Basispoort een overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het gebruik van de leerlinggegevens.

Basispoort maakt gebruik van de volgende set met gegevens: een identificatienummer van Basispoort, voornaam, achternaam, tussenvoegsel, geboortedatum, leerlingkey, groepskey, groepsnaam, jaargroep, geslacht en het identificatienummer van de school. Via Basispoort worden geen leer- of toetsresultaten opgeslagen en/of uitgewisseld.

Onze school maakt gebruik van lesmethoden van verschillende uitgevers. Met enkele uitgevers wordt digitaal data uitgewisseld. Verder wordt ook met enkele partners digitaal data uitgewisseld. Als u wilt weten hoe wordt omgegaan met de leerlinggegevens, dan kunt u dat nalezen in privacy bijsluiters. De school maakt gebruik van de volgende leveranciers:

* Leverancier administratie- en leerlingvolgsysteem ParnasSys: https://parnassys.nl/privacy.php
* Overstapservice Onderwijs: http://www.overstapserviceonderwijs.nl/veelgestelde-vragen/veiligheid-en-privacy/
* Beheerder ICT netwerk SKOOL: http://www.skool.nl/over-skool/juridisch-privacy.aspx
* Digitale bordsoftware Gynzy: https://www.gynzy.com/nl/corporate/privacy
* Methode Staal: http://www.malmberg.nl/Privacy.htm
* Methode Groove me: https://blink.nl/privacy-statement-
* Methode Nieuwsbegrip: http://www.nieuwsbegrip.nl/uploads/media_items/nieuwsbegrip-privacyverklaring-bij-leveringsvoorwaarden.original.pdf

Inschrijfformulier van de school
De meeste vragen op ons inschrijfformulier spreken voor zich. Een aantal vragen zijn wij wettelijk verplicht aan u te stellen. Zo vragen wij naar uw opleidingsniveau. Dit heeft te maken met de wettelijke ‘gewichtenregeling’: de bekostiging die wij van de rijksoverheid ontvangen.

Wijzigen persoonsgegevens
Ouders hebben het recht om de gegevens van en over hun kind(eren) in te zien. Als de persoonsgegevens niet kloppen, moet de informatie gecorrigeerd worden. Als de gegevens die zijn opgeslagen niet meer relevant zijn voor de school, mag u vragen die specifieke gegevens te laten verwijderen. Voor vragen of het uitoefenen van uw rechten kunt u contact opnemen met de schooldirecteur.

Beeldmateriaal
Voor het gebruik van foto’s en video-opnames van leerlingen op bijvoorbeeld de website van de school of in de nieuwsbrief, vragen wij altijd vooraf uw toestemming. Oudeogen altijd besluiten om die toestemming niet te geven, of om eerder gegeven instemming in te trekken. Als u toestemming heeft gegeven, blijven wij natuurlijk zorgvuldig met de foto’s omgaan en wegen wij per keer af of het verstandig is een foto te plaatsen. Voor vragen over het gebruik van foto’s en video’s kunt u terecht bij de leerkracht van uw kind of bij de schooldirecteur.

Interne begeleiding

Interne begeleiding
Onze school telt twee intern begeleiders, die samen de onderwijsprocessen en het pedagogische klimaat in de verschillende groepen volgen en meerdere malen per jaar bespreken met de leerkracht.
Ieder kind op school is aan een intern begeleider toegewezen. De ouders, de leerkracht(en) en de intern begeleider vormen samen het ondersteuningsteam rondom een kind. Als een kind extra (onderwijs)zorg nodig lijkt te hebben, omdat het onvoldoende profiteert van het reguliere onderwijsplan, komt de intern begeleider voor de ouder(s) in beeld. Samen met de leerkrachten, en in overleg met de ouders, wordt het onderwijs zo passend mogelijk gemaakt binnen de mogelijkheden van de school.

De dr. Rijk Kramerschool geeft ook aandacht aan de groep leerlingen die het inkorten van de basisstof en extra verdiepingsstof aankan. Er wordt extra uitdaging gerealiseerd op één of meer vakgebieden. Ook hierin speelt de intern begeleider een coachende en adviserende rol richting de betrokken leerkrachten.

Onderwijskundig beleid
Samen met de onderwijskundige schoolleider, het managementteam en de intern begeleiders wordt regelmatig het onderwijskundig beleid van de school besproken. Zij spelen hierin ook een actieve rol door bijvoorbeeld bijstellingen in het beleid aan te dragen. Daarnaast houden zij zicht op de leeropbrengsten van de school en bespreken deze met het gehele schoolteam om vervolgens een schoolplan op te stellen.

Sociale veiligheid op school

Onze school hecht veel waarde aan veiligheid. Dit betekent een veilige school en schoolomgeving voor uw kind, onze medewerkers en omwonenden.

Klassenvergadering
Op onze school vormt omgang met elkaar een van de pijlers van de school. Daarom wordt er in alle groepen elke week een klassenvergadering gehouden waarin kinderen een eigen inbreng hebben en waarin vaste punten zoals bijvoorbeeld een complimentenronde en mededelingen voorkomen. Ook de leerkracht kan punten inbrengen of een terugkerend thema bespreken. Door deze vergaderingen krijgen wij goed zicht op wat er speelt in een groep, zodat we daar adequaat op kunnen reageren. Leerkrachten kunnen voor advies en hulp terecht bij de aandachtsfunctionaris of bij de vertrouwenspersonen.
De contactpersonen komen een keer per jaar in groep 5 t/m 8 voorlichting geven over respectvolle omgang met elkaar, je eigen grenzen bewaken en wat te doen bij pesten.

Interne vertrouwenspersonen
De school heeft  interne vertrouwenspersonen. Bij deze vertrouwenspersonen kunnen leerlingen en ouders (en medewerkers) terecht met klachten en/of  zaken die men vertrouwelijk wil bespreken en dat niet direct met docenten of directie willen doen.
Van Oldenbarneveldtstraat: Tanja Kuijper en Marjolijn Samsom
Nassaukade: Roelfje Wildeman en Liesbeth Brederveld

Aandachtsfunctionaris
Scholen zijn sinds 1 juli 2013 verplicht een meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld te hanteren.
Het doel van de meldcode is het terugdringen van het aantal slachtoffers van kindermishandeling en huiselijk geweld. Deze meldcode beschrijft in een vijf stappenplan hoe bijvoorbeeld een leerkracht moet omgaan met het signaleren en melden van huiselijk geweld, kindermishandeling en verwaarlozing.
Ook op onze school is er een aandachtsfunctionaris aangesteld. Dit is Liesbeth Brederveld. Deze aandachtsfunctionaris zorgt er mede voor, dat bij signalen van huiselijk geweld, kindermishandeling en verwaarlozing, de meldcode wordt gestart.
Ieder gezin kan door omstandigheden onder druk komen te staan. Dit kan er voor zorgen dat het thuis allemaal niet zo lekker loopt als u hoopt. Als een leerkracht dergelijke signalen opvangt, kan het zijn dat u wordt uitgenodigd voor een gesprek waarbij eventueel de aandachtsfunctionaris aanschuift. Het doel van zo’n gesprek is om samen te kijken hoe we u en uw kind zo goed mogelijk kunnen helpen. Tijdens het traject dat volgt zullen er regelmatig gesprekken zijn om elkaar op de hoogte te houden van de gemaakte afspraken. In enkele gevallen zullen we na zo’n traject, melding maken bij Veilig Thuis. Ouders/verzorgers worden altijd geïnformeerd over een dergelijke melding. Voor meer informatie over de Meldcode huishoudelijk geweld en kindermishandeling kunt u terecht op de site van de rijksoverheid.  www.rijksoverheid.nl

Pestprotocol
Onze school heeft een pestprotocol. Hierin staat o.a. dat we door middel van toezicht en gesprekken pestgedrag signaleren, afspraken maken per groep, duidelijk maken dat pestgedrag niet wordt getolereerd en hoe we als nodig passende maatregelen treffen. Zowel de pester als de gepeste krijgen de nodige aandacht. Kinderen moeten leren hoe ze met elkaar omgaan. In alle groepen worden duidelijke groepsregels besproken. In de midden- en bovenbouwgroepen (groep 3 t/m 8) worden de groepsregels samen met de leerlingen opgesteld en hangen duidelijk zichtbaar voor alle leerlingen op posterformaat aan de wand van het lokaal. De sociaal emotionele ontwikkeling van de leerlingen groepen 1 t/m 2 volgen wij systematisch door middel van het twee keer invullen van het KIJK! En van de leerlingen groepen 3 t/m 8 volgen wij systematisch door middel van het twee keer per jaar invullen van de SDQ lijst van de GGD. De uitkomsten worden besproken met de intern begeleiders, Anne Arbouw en Rob van Beek. Zij zijn ook de pestcoördinators.

Monitoring veiligheidsbeleving
De wet schrijft voor om de veiligheidsbeleving te monitoren en (als de resultaten daartoe aanleiding geven) of de school maatregelen neemt tot verbetering. De monitoring moet aan verschillende eisen voldoen en een representatief en actueel beeld van de school geven. Onze school gebruikt hiervoor Scholen met Succes welke een valide en betrouwbaar instrument is.

Extra ondersteuningsbehoefte

Heeft uw kind extra ondersteuning nodig?
Soms blijkt bij de aanmelding dat een kind een extra ondersteuningsbehoefte heeft. In dat geval is het de taak van AMOS om te onderzoeken of de school waar het kind is aangemeld de noodzakelijke zorg en daarmee ‘passend onderwijs’ kan bieden. AMOS moet hier binnen tien weken uitsluitsel over geven. Deze procedure (‘Van aanmelding tot toelating’) vindt u beschreven op de AMOS-website.
Kan de school aan de ondersteuningsbehoefte voldoen? Dan wordt het kind ingeschreven op de school. Lukt dit niet? Dan zorgt AMOS dat het kind op een school kan worden ingeschreven die wel de juiste ondersteuning kan bieden

Dyslexiebeleid

Dyslexiebeleid

Dyslexie is een verzamelnaam voor kinderen met ernstige problemen met lezen en spellen.

Groep 1 en 2
Tijdens het  intake gesprek wordt geïnformeerd of er dyslexie in de naaste familie voorkomt. Dit wordt op het Entreeformulier genoteerd. Met behulp van de checklist signalen vroegonderkenning dyslexie wordt bij deze kinderen gemonitord of  ze tot de risicogroep behoren.

Is dat het geval, dan gaat het kind vanaf de 2e helft groep 2 deelnemen aan het computerprogramma Bouw. Dit programma is adaptief, wordt gedurende 2 jaar zowel op school als thuis gedaan en heeft een wetenschappelijk bewezen preventief effect op de ontwikkeling van ernstige dyslexie. Een aantal teamleden heeft de training als mentor/coördinator Bouw gevolgd.

Groep 3 en 4
Risicolezers zijn  reeds gesignaleerd en worden vanaf begin groep 3 bij het leesonderwijs goed in de gaten gehouden. Wanneer zij bij de leestoetsen (Cito M3) uitvallen, krijgen zij 3 x per week 20 minuten extra leesondersteuning in een kleine groep. Dit gebeurt volgens een standaardhandelingsplan, waarin de te behalen doelen worden geformuleerd in termen van vaardigheidsgroei/DLE (Didactisch Leeftijds Equivalent). Dit plan dient telkens zorgvuldig te worden geëvalueerd. Als het doel niet is bereikt, wordt het plan aangepast en voortgezet.

Wanneer er halverwege groep 4 nog steeds sprake is van achterstand en functioneren op niveau V bij technisch lezen en/of spelling komt een kind in aanmerking voor vergoede diagnostiek en wordt een schooldossier samengesteld. Een belangrijke indicator is een opvallend verschil tussen deze resultaten en de resultaten op bijvoorbeeld de rekentoetsen. Wanneer een kind op alle terreinen zwak presteert, is er meestal sprake van bredere leerproblematiek.

Behandeling vindt vervolgens buiten school plaats bij het RID (het voormalige IWAL) of bij Het  ABC.

Op school doet de leerling zoveel mogelijk gewoon mee met de instructie. Dictees kunnen worden aangepast/ gehalveerd/ op de computer gedaan enz. Dit gebeurt altijd in overleg met de dyslexiebehandelaar en de ib-er.
                                                                                             
Bovenbouw groepen 5 tot en met 8
Het komt voor dat begaafde leerlingen in de middenbouw nog redelijk meekomen met lezen en spellen, maar in de bovenbouw relatief grote achterstanden gaan oplopen bij deze vakken. Als er een groot contrast is met de resultaten bij andere schoolvakken, is er mogelijk sprake van dyslexie. In die gevallen laten wij als school, in overleg met ouders, diagnostiek verrichten. De leerling kan dan voor de overstap naar het VO een dyslexieverklaring verwerven en heeft dan recht op compenserende maatregelen in het VO.

Compenserende maatregelen
Een zwakke lezer wordt aan een maatje gekoppeld wanneer er stukken tekst gelezen moeten worden. De vragen worden zoveel mogelijk zelfstandig  door het kind beantwoordt. Om het zelfvertrouwen van het kind zoveel mogelijk te ondersteunen, wordt gestreefd naar zoveel mogelijk succeservaringen. Hardop voorlezen in de groep wordt niet van het kind gevraagd.

Kinderen met een officiële dyslexieverklaring hebben recht op extra tijd bij toetsen. In het PO speelt dit nog niet zo, maar het is goed om je te realiseren dat het maken van toetsen hen meer inspanning kost en dat zij soms gebaat zijn bij meer tijd/opknippen van de toets in meerdere delen.

Deze leerlingen hebben vaak ook automatiseringsproblemen bij het leren van de tafels bij rekenen. Wanneer dit hun tempo bij het uitvoeren van rekenwerk in de bovenbouw ernstig gaat belemmeren, mogen zij een tafelkaart gebruiken. Dit dient wel altijd in het dossier in ParnasSys vermeld te worden. Ook bij de overstap naar het VO is het van belang dit goed over te dragen.

Voor kinderen met zeer ernstige leesproblemen is het programma ClaroRead aangeschaft, dat teksten en webpagina’s voorleest.

 

Een individueel handelingsplan

Een individueel handelingsplan wordt opgesteld als een kind extra ondersteuning nodig heeft, bovenop de reguliere onderwijszorg van de jaargroep. Een plan kan worden opgesteld op het gebied van: rekenen, lezen, spelling en/of de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een individueel handelingsplan beslaat een bepaalde periode en wordt altijd van te voren met de ouders besproken door de leerkracht en meestal ook de intern begeleider. Na afloop van de handelingsperiode wordt het plan geëvalueerd. Op deze manier worden ouders betrokken bij de inzet van de (meestal kortdurende) extra hulp die geboden wordt op school en soms ook buiten de school, bijvoorbeeld thuis.

Leerlingbegeleider

De klassenleerkracht is verantwoordelijk voor het functioneren van de groep en de leerlingen in de groep. De intern begeleider is verantwoordelijk voor het functioneren van de extra zorg voor de leerlingen die dat nodig hebben. De leerlingbegeleider is, samen met de klassenleerkracht, verantwoordelijk voor het uitvoeren van die extra zorg. De extra begeleiding wordt op het handelingsplan aangegeven en kent een bepaalde tijdsinvestering. De leerlingbegeleider werkt met kinderen individueel of in een groepje buiten de klas.

Orthotheek

Voor extra leer-, hulp- en begeleidingsmiddelen beschikken we over een uitgebreide orthotheek. Deze bevat gespecialiseerde methodes, leerboeken, werkschriften, hulpmiddelen, naslagwerken en speciale computerprogramma’s die door de leerkrachten gebruikt worden.

Passend onderwijs

Wat houdt Passend onderwijs in?

  • Scholen en schoolbesturen hebben de plicht om elk kind een goede onderwijsplek te bieden (zorgplicht). Voor de meeste kinderen is het reguliere basisonderwijs de beste plek. Als het echt nodig is, kunnen kinderen naar het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs.
  • Kinderen krijgen daar waar mogelijk onderwijs dicht bij huis. Dit betekent dat de ondersteuning waar mogelijk naar de leerling moet worden gebracht in plaats van de leerling naar de ondersteuning.
  • Scholen moeten meer uitgaan van de mogelijkheden van leerlingen en minder de nadruk leggen op eventuele beperkingen. Scholen kunnen sneller en effectiever handelen als een leerling extra ondersteuning nodig heeft.

Zorgplicht
Zorgplicht betekent dat het schoolbestuur en de school voor iedere leerling die op de school zit of zich aanmeldt, voor passend onderwijs moeten zorgen. Hierbij moeten zij eerst nagaan wat de school zelf kan doen, met of zonder extra ondersteuning. Belangrijk bij de uitvoering van de zorgplicht is dat de school met ouders overlegt wat de onderwijsbehoefte van de leerling is en welke ondersteuning hierbij het beste past. Klik hier voor meer informatie over zorgplicht.

De juiste ondersteuning is niet mogelijk. Wat nu?
Soms kan het gebeuren dat onze school, ondanks de mogelijkheid van extra ondersteuning, geen passend onderwijs aan een leerling (meer) kan bieden. In dat geval zorgen wij ervoor dat de leerling ergens anders terecht kan waar deze ondersteuning wel wordt geboden. Dit kan op een andere school van hetzelfde schoolbestuur zijn, een school bij een ander bestuur of op een school voor speciaal (basis)onderwijs. Onderwijs dicht bij huis is hierbij een belangrijk uitgangspunt. De verantwoordelijkheid voor het zoeken en aanbieden van een juiste onderwijsplek ligt bij de school waar de leerling is aangemeld.

Samenwerkingsverband Amsterdam Diemen
Alle schoolbesturen in Amsterdam en Diemen hebben samen en op grond van de wet, een samenwerkingsverband opgericht. Het Samenwerkingsverband Amsterdam Diemen (SWV). Dit SWV ondersteunt en adviseert de aangesloten scholen bij de uitvoering van passend onderwijs.

Kijk voor meer informatie over passend onderwijs in Amsterdam en Diemen op de website van het Samenwerkingsverband Amsterdam Diemen www.swvamsterdamdiemen.nl. U kunt het Samenwerkingsverband als volgt bereiken:
Samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam Diemen
Bijlmerdreef 1289-2
1103 TV Amsterdam
T: 020 7237100
E: secretariaat@swvamsterdamdiemen.nl

Samenwerking met de gemeente voor jeugdhulp
Onze school vindt een goede samenwerking met de jeugdhulp heel belangrijk. De school werkt daartoe samen met de Ouder- en Kindteams van de gemeente. Zie voor nadere informatie de eigen pagina over het Ouder- en Kindteam op onze website.

Medezeggenschap bij passend onderwijs
Er zijn verschillende medezeggenschapsorganen betrokken bij passend onderwijs:

  • Medezeggenschapsraad van de school: de MR van de school is samengesteld uit leerkrachten en ouders en heeft adviesrecht op het schoolondersteuningsprofiel. In dit profiel legt de school vast wat ze aan (extra) ondersteuning kan bieden en hoe deze ondersteuning georganiseerd is.
  • Ondersteuningsplanraad: dit is de medezeggenschapsraad van het Samenwerkingsverband. Deze raad heeft instemmingsrecht op het ondersteuningsplan. Hierin staan de afspraken van de schoolbesturen die zorgen dat alle kinderen een passende onderwijsplek krijgen. De raad in Amsterdam Diemen bestaat uit tien personen: vijf ouders en vijf personeelsleden van de scholen.
  • GMR van de schoolbesturen: de besturen waar meerdere scholen onder vallen hebben een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. In de GMR zitten vertegenwoordigers van de MR’s van de scholen. De GMR heeft formeel geen rol in de medezeggenschap op passend onderwijs. Toch heeft zij een belangrijke rol. Het budget voor extra ondersteuning wordt in het Samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam Diemen geheel toebedeeld aan de besturen. De GMR heeft informatierecht en daarmee inzicht in de wijze waarop het schoolbestuur de toewijzing van extra ondersteuning organiseert. De GMR kan gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen.

Schoolarts & -tandarts

Schoolarts

Naast de pedagogische en didactische zorg voor de leerlingen valt ook de lichamelijke zorg onder de zorgbreedte. Hiervoor hebben we contact met de GG en GD.
Gedurende de hele schoolperiode worden de kinderen driemaal onderzocht; tweemaal door de schoolarts (vijf jaar en twaalf jaar) en éénmaal door de schoolverpleegkundige (acht jaar).

Schoolarts : Elsbeth van Koppen, schoolzuster: Anne de Jong

Adres:
Ouder-en-Kindcentrum
Westerpark 1, 1013 RR Amsterdam
Tel: 020-5555882 

Schooltandarts

Vanaf het eerste schooljaar kunnen de kinderen twee keer per jaar worden gecontroleerd door de schooltandarts. Hij/zij is via het RIA (Regionaal Instelling Jeugdtandverzorging Amsterdam) te bereiken onder telefoonnummer 020-616 63 32. Nieuwe leerlingen krijgen een formulier waarop ingevuld kan worden of er wel of niet toestemming gegeven wordt voor behandeling.

Naar het Voortgezet Onderwijs (VO)

Na in principe 8 schooljaren stappen leerlingen over van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Een goede overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is van groot belang voor een succesvolle schoolcarrière.

Amsterdamse afspraken: de kernprocedure PO-VO
De Amsterdamse schoolbesturen en de gemeente Amsterdam hebben het proces van aanmelding en inschrijving op een school voor voortgezet onderwijs vastgelegd in de kernprocedure. Meer informatie over de kernprocedure vindt u hier en op de website www.voschoolkeuze020.nl.

De verplichte eindtoets
Vanaf schooljaar 2014-2015 moeten alle basisscholen in groep acht de eindtoets Primair Onderwijs afnemen. Dit gebeurt tussen 15 april en 15 mei 2020. Op onze school hanteren we daarbij de Centrale Eindtoets van Het College voor Toetsen en Examens (CvTE). De Centrale Eindtoets wordt in samenwerking met Stichting Cito en DUO gemaakt. Het bestuur kan in sommige, in de wet omschreven, situaties bepalen dat een leerling geen eindtoets aflegt. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.  Meer informatie over de verplichte eindtoets vindt u op www.rijksoverheid.nl.

Het schooladvies
Het schooladvies is bindend bij de toelating van leerlingen in het VO.

Alle leerlingen in groep acht krijgen vóór 1 maart een definitief schooladvies voor het VO. In het schooladvies staat welk niveau voortgezet onderwijs het beste bij de leerling past. Dit advies is gebaseerd op de gehele basisschoolperiode. Niet alleen leerprestaties, maar ook aanleg en talenten, de ontwikkeling tijdens alle leerjaren en de concentratie, motivatie en het doorzettingsvermogen van uw kind spelen hierbij een belangrijke rol.

Als een leerling de eindtoets PO beter maakt dan verwacht, dan moet de basisschool het schooladvies heroverwegen. Deze heroverweging kán leiden tot een wijziging van het schooladvies. Soms is het resultaat van de eindtoets PO minder goed dan verwacht. In dat geval mag de basisschool het advies niet aanpassen.

Meer weten over het schooladvies VO? Klik hier of kijk op www.nieuweregelgevingovergangpo-vo.nl.

Kwaliteit van het onderwijs

Kwaliteitsbeleid en kwaliteitsontwikkeling
Onze school werkt continu aan de ontwikkeling van het onderwijs. We onderzoeken het onderwijs  en voeren nieuwe inzichten door en verbeterde plannen uit. Natuurlijk evalueren we deze aanpassingen altijd, zodat we zien of onze aanpassingen het gewenste effect hebben.

De leerstof op de Dr. Rijk Kramer school omvat alle wettelijke vak- en vormingsgebieden, en voldoet aan de eisen van inspectie. Ons onderwijs richt zich op de volgende ontwikkelingsgebieden:

  • Cognitieve ontwikkeling middels methoden
  • Sociaal emotionele ontwikkeling onder andere middels de wekelijkse klassenvergadering.
  • Creatieve en muzikale ontwikkeling middels onder andere vakleerkrachten.
  • Sociaal-culturele ontwikkeling middels methoden en uitstapjes/excursies.
  • Lichamelijke ontwikkeling middels een vakleerkracht.
  • Denkontwikkeling: Het hoger orde denken middels drie schoolbrede projecten (kantelweken) per schooljaar, waarbij het concept onderzoekend leren centraal staat.
  • Sociale integratie en actief burgerschap maken deel uit van het democratische schoolconcept. Alle geledingen van de school worden vertegenwoordigd in raden: klassenvertegenwoordigers, leerlingenraad, ouderraad en personeelsraad.

De Dr. Rijk Kramer school houdt de vorderingen van de leerlingen goed in de gaten door het schoolwerk na te kijken, (participerende) observaties, methode gebonden toetsen en Cito-toetsen. In iedere jaargroep wordt in principe op drie niveaus gedifferentieerd en ook bij leerlingen met gedragsmatige vraagstukken wordt veelal planmatig gehandeld passend bij hun pedagogische onderwijsbehoeften. De vaste toets momenten zijn gebaseerd op de handelingsgerichte zorgcyclus. Alle gegevens over een leerling worden genoteerd in het leerlingvolgsysteem ParnasSys dat wil zeggen: Kijk! Registraties, cito-resultaten, methodegebonden toets uitslagen, aanvullende observaties, rapporten (twee keer per jaar) oudergesprekken en bijzonderheden (zoals een incident).

Onze ambitie 2019-2023
Een van onze ambities is om binnen drie jaar (2019 –2021) het opbrengstgericht werken schoolbreed te versterken. Momenteel worden er groepsbesprekingen gehouden op basis van schoolresultaten. Leerkrachten geven een beeld van hoe er wordt geanticipeerd op de niveaugroepen in de groep. Deze groepsbesprekingen vinden twee keer per jaar plaats, namelijk in september en januari/februari. Tussendoor zijn er jaarlijks ongeveer drie leerling besprekingen per jaar op verzoek van leerkracht en/of IB.

Onderwijskwaliteit
De inspectie beoordeelt de kwaliteit van de scholen in Nederland. Zij heeft hierbij regels opgesteld zodat zij op een eerlijke manier scholen kan vergelijken. Een van de onderdelen waar de inspectie naar kijkt, is de gemiddelde score van de verplichte eindtoets. De inspectie kijkt daarnaast naar allerlei andere aspecten om de kwaliteit van de school te beoordelen. De score van de eindtoets zegt namelijk niet alles over de kwaliteit van het onderwijs. Daarom hoeven niet alle scholen dezelfde gemiddelde scores te halen voor de eindtoets om kwalitatief sterk  beoordeeld te worden. Scholen moeten wel boven de ondergrens scoren.

Waar kijkt de onderwijsinspectie, naast de eindtoets, nog meer naar?

De onderwijsinspectie beoordeelt de kwaliteit van scholen in Nederland. Naast de eindtoets, kijkt zij ook naar andere aspecten. Per 1 juli 2017 is de Wet op het onderwijstoezicht gewijzigd. In het kort betekent dit dat de inspectie vanaf die datum onderscheid maakt tussen de zogenaamde bij wet geregelde deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit van bestuur en scholen. Wilt u meer weten over het (vernieuwde) inspectietoezicht? Kijk dan op de website van de Onderwijsinspectie. De rapportages van de onderwijsinspectie zijn openbaar en kunt u ook op deze website inzien.

 

 

Onderwijskundige rapporten

Voor kinderen die tussentijds onze school verlaten stelt de groepsleerkracht in samenwerking met de intern begeleider een onderwijskundig rapport op dat naar de nieuwe basisschool gestuurd wordt. Een kopie van dit rapport wordt aan de ouders verstrekt. Bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs volgt onze school de kernprocedure van de gemeente Amsterdam. In januari bespreekt de school met de ouders een definitief schoolkeuze-advies. Meer informatie over de kernprocedure vindt u hier.

Onderwijsresultaten

Wij zijn ons ervan bewust dat het vermelden van de cognitieve resultaten van ons onderwijs en de uitstroomgegevens van onze leerlingen moeten worden gezien in relatie tot de volgende aspecten:

  • wat was het ontwikkelingsniveau van het kind toen het op de Dr. Rijk Kramerschool kwam;
  • welke ontwikkeling had het, gezien zijn (intellectuele) vermogens, kunnen maken;
  • welke ontwikkeling heeft het gemaakt;
  • hoe lang is het kind op de Dr. Rijk Kramerschool geweest.

De Cito eindtoets resultaten van onze school liggen gemiddeld rond de 540. Wij vinden de Cito Eindtoets schoolscore geen goede opbrengstindicator om scholen met elkaar te vergelijken, omdat dit getal vanuit vele elementen is opgebouwd waar tot nu toe geen eenduidigheid in onderwijsland over bestaat.

De leerlingen in groep 8 krijgen allen een advies voor het voortgezet onderwijs: PRO (praktijkonderwijs), LWOO (leerwegondersteunend onderwijs, extra ondersteuning om VMBO-diploma te halen), VMBO (voorbereidend middelbaar be- roepsonderwijs), HAVO (hoger algemeen voortgezet onderwijs), VWO (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs). Het advies is gebaseerd op leerresultaten en werkhouding gedurende de basisschoolperiode. Jaarlijks stromen gemiddeld 60 leerlingen uit.

De rechtstreekse link naar de resultaten van de Dr. Rijk Kramerschool: https://www.scholenopdekaart.nl/Basisscholen/12199/BasisschoolDr-Rijk-Kramer?sleutel=online

 

Schooljaar Cito eindtoets Landelijk gemiddelde
2020-2021 541,3 535,0
2019-2020 geen toets gemaakt in verband met Corona
2018-2019 541,4 536,6

 

Uitstroom laatste 4 schooljaren:

2017/2018
2018/2019
2019/2020
2020/2021
Pro
-
-
-
-
VMBO B/K
-
-
-
-
VMBO B/K met LWOO
1
1
1
-
VMBO K
-
-
2
1
VMBO G/T
3
-
7
1
VMBO G/T met LWOO
-
1
1
1
VMBO G/T/HAVO
4
8
3
4
HAVO
11
7
11
2
HAVO/VWO
9
9
14
23
VWO
26
34
1
27
Kopklas
2
-
2
-
Overig
1
- - -
Herzien
9
8
-
8